Eigenlijk is de Serama nog helemaal geen ‘ras’ zoals we ‘rassen’ kennen. Daarvoor zijn nog vele jaren nodig voordat de gewenste eigenschappen echt vastgelegd zijn. Daarom is de Serama een uitdaging, terug in de historie eigenlijk. Serama’s worden bijvoorbeeld, anders dan andere sierkiprassen, niet op kleur gefokt.
Sommige kleuren zijn wel populair zoals wit, tarwe, gepareld, het unieke kleurtje choco of brons en de hippe cocoapop-kleur, maar de aandacht ligt altijd eerst op type en vorm. Beenkleur, evenals de kleur van de ogen en oren zijn op dit moment van geen enkel belang in de fokkerij. Zo is het mogelijk alle aandacht te richten op de meest belangrijke raskenmerken en vruchtbaarheid. In Maleisie worden Serama’s in drie categoriën geshowd, A, B en C welke klassen het gewicht van het diertje vertegenwoordigen. En bovendien in allerlei verschillende ‘modellen’ of typen al naar gelang de ‘mode’.
Hoewel in Maleisië de voorkeur van de fokkerskunst ook ligt op zo klein en extreem mogelijke diertjes, worden alle maten met evenveel aandacht geshowed, beoordeeld en gewaardeerd. In Maleisië en Amerika hebben sommige kleuren de voorkeur maar geen enkele Serama wordt erom gediskwa-lificeerd of teruggezet. Als vanzelfsprekend zijn de Maleisische criteria voor de fok van onze Serama’s terug te vinden in de Standaard.
Persoonlijkheid, temperament en zelfhouding zijn onlosmakelijk verbonden met de Serama. De dieren moeten vriendelijk en zelfverzekerd zijn. Wilde, vliegerige of agressieve dieren worden niet gewaardeerd. De reproductiekwaliteit is bijzonder belangrijk bij dit ras, evenals bij andere kleine krielrassen. B en C maat Serama’s zijn de beste fokdieren. De minimaat A lijkt een recessieve verdwergingsfactor te zijn en ze kunnen uit B en C ouderdieren voortkomen.
Terwijl A-hanen doorgaans wel redelijk vruchtbaar zijn, zullen de kleinste A hennen minder betrouwbaar zijn als fokdieren. Dit is een verschijnsel dat bij veel meer dwergrassen voorkomt zoals bijv. miniatuur honden en pony’s. De natuur bepaalt de grens zelf.
Met deze begrenzing van maat in het achterhoofd is de fokkerij van Serama’s gebonden aan weloverwogen keuzes wil men door vruchtbare ouderdieren en
gezonde kuikens, een vitale populatie op kunnen bouwen. Ondeugden als eieren eten en verenpikken lijken bijna zeker een genetische basis te hebben en dieren dit dit doen moeten verdwiijnen. Dit geldt ook voor zwakke dieren of dieren die regelmatig ziek zijn. Een Serama is een stevig kipje en wanneer er zwakheden of ondeugden geconstateerd worden als boven, moet er niet mee gefokt worden. Strenge selectie is van levensbelang voor dit rasje, waarvan de basis relatief smal is. Slechte eigenschappen die niet onderkend worden, kunnen complete foklijnen nadelig beinvloeden.
Om de Serama volledig in de schijnwerpers te kunnen zetten moeten ze van hoge kwaliteit zijn en blijven. De Serama’s zijn niet alleen ‘mooie’ of ‘knappe’ kipjes maar moeten ook alle eigenschappen hebben van een waardevol fokdier die je zo op het eerste gezicht niet ziet maar wel uiterst belangrijk zijn. Wij willen dat de Serama een verzameling van fijne karaktereigenschappen heeft en vitaliteit en levenslust uitstraalt. En dat is veel meer dan bij de meeste raskippen die alleen maar ‘mooi’ zijn en verder niks.
Op deze site vindt u meer informatie over dit voor het Europees continent nieuwe ras. Wij wensen u veel plezier op deze site.en hopen dat u terugkomt en anderen attendeert op de Serama, het kleinste kipje met het grootste ego!