








Er zijn van allerlei kleuren kippenoortjes. Rode, witte, gele, groene, blauwe. De basis is altijd de kleur van de gezichtshuid; rood of blauw bij een zgn. Gipsy-face (zoals op de Sebright) of zwart vel zoals bij de Zijdehoenders.
Serama’s hebben een rode of witte gezichtshuid. De witte huid geldt alleen voor hennen, hanen hebben altijd een ‘rode kop’. Een Belgische keurmeester was op de Nationale in Parijs in november en daar zat ook een aantal Serama’s. Wat hem opviel was dat deze Serama’s grote witte oren hadden. Het eerste wat je dan denkt: dat zijn kruisingen.
Maar dat is niet altijd zo, hoewel Javakrielen en Hollandse krielen wel mogelijke kandidaten zijn voor kruisen vanwege hun formaat. Maar om op zo’n korte termijn dat er Serama’s op het Europese continent zijn al op Serama’s lijkende kipjes te kweken, ook nog eens behoorlijk klein, dat zou wel heel bijzonder zijn. Een eenmalige kruising met Oud Engelse vechtkrielen in 2004, is nog altijd geen standaardmatige Serama ondanks acht en negen keer terugkruisen op zuivere Serama! Zelf heb ik geen Serama’s met witte oren, wel weet ik dat er in Engeland zitten. Ook met ‘verdacht’ grote ronde witte oren.
Dus ik ging op ‘onderzoek’ uit en eens in Amerika rondvragen of daar Serama’s met witte oren zitten. En die blijken daar best te zijn. De foto’s hieronder laten zien hoe dat eruit ziet. Het zijn allemaal rode oren met daarop een wit laagje. Of en hoe het vererft is een vraag die ik later heb



Een blauwrode Seramahaan in Maleisië met witte oren. Er zijn er daar die reuzenkammen hebben, zoals deze. Foto opgeduikeld door Dianne, ook die naast de koptekst.
...een korte rondvraag in de SeramaWereld
De witte oren lijken in deze Serama’s te vererven. Zowel de vader (boven) als de moeder (niet op de bovenste foto) hebben witte oren. De zoon, rechts (let niet op type het is een stek) en ook de dochters hebben allemaal witte oren, de ene meer dan de ouders de andere minder.
Een zwarte hen van Dianne met wit op de oortjes, ze heeft er meerdere.
De hennen hierboven, die met het lakenvelderkleurtje en de zwartbonte (onverwant) van Darrell hebben wit op de oren.
gesteld, dus daar horen we later nog antwoord op. Bij één fokker die met witoor hen en haan fokt, hebben de nakomelingen allemaal witte oren. Hoe het gaat met witoor x roodoor weet ik (nog) niet. Ook weet ik niet of uit twee roodoor ouders een witoor geboren kan worden want ik weet niet welk gen of welke genen verantwoordelijk zijn voor het laagje kleur dat op een oor zit.
Er zijn in Engeland rond 2003 twee of drie paartjes Serama’s rechtstreeks geïmporteerd uit Maleisië. Zo gaat het verhaal tenminste. In 2004 importeerde een Engelsman acht paartjes uit Amerika van Jerry Schexnayder. In principe stammen daar alle Engelse Serama’s vanaf. Of er witoor Serama’s tussen zaten is niet bekend. In Amerika zijn meerdere Serama’s met witte oren. Echter, die heb ik er nooit tussen gehad uit de stammen van Jerry Schexnayder. Witte oren is niet gewenst in standaardmatige Serama’s.
Wat ik gevonden heb over witte oren uit de literatuur zo even snel is: Omdat het witte gezicht in sommige rassen gezien wordt als defect, zijn er waarschijnlijk meer genen in het spel dan een simpele enkele. De genetische achtergrond van de Spaanse witwang is bijvoorbeeld onbekend. Een speculatie is dat er meerdere genen nodig zijn om een geheel wit gezicht te krijgen. Als sommige van deze genen recessief zijn, dan is het moeilijk om dit verschijnsel over te zetten op andere rassen, of het zal heel veel tijd en moeite vergen. Als er iets recessiefs in zit dan zal dit zich pas openbaren in het tweede jaar bij het intelen van de eerste generatie uit een kruising wit x rood. Daarnaast zijn de dragers van een recessief gen onzichtbaar. Voor het formaat van oren, hoewel dat wel onderzocht is, is nooit een simpele verklaring gevonden.
Ook is er niks simpel verklaarbaars gevonden over de witte versus de rode oren. De vererving van een normaal formaat rode oren lijkt te stoelen op meerdere factoren. De witte oorkleur lijkt in sommige rassen, waarin dit niet gewenst is, vaker bij hennen voor te komen. Wanneer de haan enig wit op de oren heeft dan lijkt het in het nageslacht vaker voor te komen. Hayes (1943) heeft het wit onderzocht en het lijkt een chemisch bestanddeel te zijn dat de bloedvaten onzichtbaar maakt. Modern onderzoek is niet gedaan naar ‘het wit’ op oren.
Sigrid van Dort
12 december 2009